Nebo

afbreking: Ne·bo [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]

 
  1. plaats bij de berg Nebo-2, een van de laatste halteplaatsen van de Israëlieten tijdens hun tocht uit Egypte naar Kanaän (7x: Num. 32:3 +, Jes. 15:2, Jer. 48:1, 1 Kron. 5:8);
  2. berg ten oosten van de Dode Zee (Deut. 32:49, 34:1);
  3. plaats in het gebied van Juda-3 (Ezra 2:29, 10:43, Neh. 7:33);
  4. god van Babel-2, genoemd naast Bel (Jes. 46:1)
[ ? ]

  Nebo  
verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Nevo [ ? ]
© 2010 - 2024 Alle rechten voorbehouden