pesach

afbreking: pe·sach [ ? ]
  [uitspraak: peesach, pèsach] [ ? ]
lidwoord: het  
meervoud: pe·sa·chiem
[uitspraak: pəsachiem]
 
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

  pesachoffer (Pesach) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie) / Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Pesach [ ? ]
© 2010 - 2024 Alle rechten voorbehouden