hechal

afbreking: he·chal [ ? ]
  [uitspraak: heechal] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: he·cha·lot
[uitspraak: heechalot]
 
herkomst: Hebreeuws [ ? ]

 
  1. tempel;
  2. ark (kast in de synagoge met de Torarollen)
[ ? ]

verwant: Asjkenazisch Hebreeuws: heichol [ ? ]
© 2010 - 2024 Alle rechten voorbehouden