amorets

afbreking: amo·rets [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: am·rat·sem, am·me·rat·sem  
herkomst: Jiddisj [ ? ]

  onwetende, m.n. op joods gebied; domkop [ ? ]

verwant: Hebreeuws: am haärets;
Asjkenazisch Hebreeuws: am hoörets
[ ? ]
zie ook: amratses  
© 2010 - 2024 Alle rechten voorbehouden