Saraf

Saraf (1)

afbreking: Sa·raf [ ? ]
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: 'brandende' (slang die brandt en doet branden);  

  afstammeling van Juda-1, zoon van Sela (1 Kron. 4:22) [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Saraf(2) [ ? ]

Saraf (2)

afbreking: Sa·raf [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'brandende' (slang die brandt en doet branden);  

  afstammeling van Juda-1, zoon van Sela (1 Kron. 4:22) [ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Saraf [ ? ]
© 2010 - 2024 Alle rechten voorbehouden