Semajahu, Semaja

afbreking: Se·ma·ja·hu, Se·ma·ja [ ? ]
herkomst: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie) [ ? ]
letterlijk: 'de Heer heeft gehoord';  

 
  1. vader van de profeet Uriahu (Jer. 26:20);
  2. Nechelamiet, profeet die zich opstelt tegenover Jeremia-1; andere naam: Semaja-2 (Jer. 29:24);
  3. vader van Delaja, die functionaris is bij koning Jojakim van Juda-4 (Jer. 36:12);
  4. profeet in de tijd van koning Rechabeam van Juda-4; andere naam: Semaja-1 (2 Kron. 11:2);
  5. Leviet-2, een van degenen die het volk onderrichten in opdracht van koning Jehosafat-3 van Juda-4 (2 Kron. 17:8);
  6. een van degenen die in de tijd van koning Jechizkia van Juda-4 zorgen voor distributie van tempelgaven (2 Kron. 31:15);
  7. een van de leiders van de Levieten-2 in de tijd van koning Josia van Juda-4 (2 Kron. 35:9)
[ ? ]

verwant: Hebreeuws (transcriptieversie): Sjemajahoe [ ? ]
spelling: 'Semajahu' wordt in de meeste vertalingen 'Semaja'  
© 2010 - 2024 Alle rechten voorbehouden