Sjevaïet

afbreking: Sje·va·ïet [ ? ]
  [uitspraak: Sjəvaïet] [ ? ]
lidwoord: de  
meervoud: Sje·va·ïe·ten  
herkomst: Hebreeuws (transcriptieversie) [ ? ]
letterlijk: afleiding van 'Sjeva/Seba(2);  

  lid van het volk van Seba(2)-4 (Joël 4:8) [ ? ]

verwant: Hebreeuws-Nederlands (gangbare versie): Sabeeër(2) [ ? ]
zie ook: Sevaïet, Sabeeër  
© 2010 - 2024 Alle rechten voorbehouden